Hostingwoordenlijst

Wie hosting koopt of verhuist, loopt binnen vijf minuten tegen een MX-record, een TTL en een transfercode aan. Hieronder staat elk begrip in één zin, zonder dat u eerst een ander begrip moet opzoeken.

37 begrippen, gegroepeerd van het fundament naar het detail. Waar er een pagina bestaat die dieper gaat, staat de link erbij.

Hosting & servers

Webhosting #

Webhosting is het huren van ruimte op een server die permanent met het internet verbonden is, zodat uw website voor bezoekers bereikbaar blijft.

Hosting staat los van uw domeinnaam: de domeinnaam is het adres, de hosting is het gebouw waar de site staat. U kunt allebei bij dezelfde partij hebben, maar het hoeft niet.

Meer over dit onderwerp →

Gedeelde hosting #

Bij gedeelde hosting staan meerdere websites samen op één server en delen ze het geheugen, de processorkracht en de schijf van die machine.

Omdat de kosten van de server over al die sites verdeeld worden, is dit de goedkoopste manier om een website online te zetten. U beheert enkel uw eigen ruimte.

Meer over dit onderwerp →

VPS #

Een VPS (virtual private server) is een afgeschermde server binnen een grotere machine, met eigen toegewezen middelen en root-toegang.

U deelt de fysieke machine, maar niet de capaciteit: het geheugen en de processorkernen zijn aan u toegewezen. Bij een managed VPS neemt de aanbieder het serverbeheer op zich.

Meer over dit onderwerp →

Dedicated server #

Een dedicated server is een volledige fysieke machine die u alleen gebruikt, zonder dat er andere klanten op draaien.

Meer over dit onderwerp →

Colocatie #

Bij colocatie plaatst u uw eigen server in het datacenter van een aanbieder, die rackruimte, stroom, koeling en connectiviteit levert.

De hardware blijft van u, en dus ook het beheer ervan. Het verschil met een dedicated server is de eigendom van de machine.

Meer over dit onderwerp →

Controlepaneel #

Een controlepaneel is de webinterface waarmee u uw hosting beheert: mailboxen, databases, bestanden, DNS-instellingen en de PHP-versie.

Bij WWW4 is dat Interworx. Welk paneel u krijgt, bepaalt hoe u die zaken beheert, niet hoe snel uw site is.

Uptime #

Uptime is het percentage van de tijd dat een dienst bereikbaar is, gemeten over een afgesproken periode.

De cijfers achter de komma tellen: 99,9% laat ongeveer 43 minuten onbereikbaarheid per maand toe, 99,99% ongeveer vier minuten.

SLA #

Een SLA (service level agreement) legt schriftelijk vast welke beschikbaarheid, reactietijden en support u mag verwachten.

Let bij het vergelijken op wat de SLA precies dekt: netwerk en hardware van de aanbieder, of ook de applicatie die u er zelf op draait.

Meer over dit onderwerp →

Domeinnamen & DNS

Domeinnaam #

Een domeinnaam is het adres waarop uw website en e-mail bereikbaar zijn, bijvoorbeeld uwbedrijf.be.

U koopt een domeinnaam niet, u huurt hem voor een periode — meestal een jaar. Loopt die af zonder verlenging, dan komt de naam na een respijtperiode weer vrij.

Meer over dit onderwerp →

Extensie (TLD) #

De extensie is het laatste deel van een domeinnaam, zoals .be, .com of .eu, en bepaalt onder welk register de naam valt.

Elke extensie heeft een eigen registry die de groothandelsprijs en de regels bepaalt. Dat verklaart waarom de prijzen per extensie zo sterk verschillen.

Meer over dit onderwerp →

Registrar #

Een registrar is de partij die domeinnamen registreert bij het register van een extensie en bij wie uw domeinnaam op naam staat.

Uw registrar is niet noodzakelijk uw hostingpartij: u kunt uw domeinnaam elders laten staan en enkel de DNS naar uw host laten wijzen.

Nameserver #

Nameservers zijn de servers die bepalen welke DNS-gegevens voor uw domeinnaam gelden; ze zijn het laatste woord over waar uw site en mail staan.

Wijzigt u de nameservers, dan verhuist het volledige DNS-beheer van uw domein — inclusief uw e-mail. Neem uw records dus eerst over.

Meer over dit onderwerp →

DNS-record #

Een DNS-record is één regel in de zone van een domeinnaam die vertelt waar een bepaald soort verkeer naartoe moet.

Meer over dit onderwerp →

A-record #

Een A-record wijst een domeinnaam of subdomein naar het IP-adres van een server.

De variant voor het nieuwere adresformaat heet AAAA. Dit is het record dat u wijzigt wanneer uw website naar een andere server verhuist.

CNAME #

Een CNAME-record wijst de ene naam naar een andere naam in plaats van naar een IP-adres.

Handig voor subdomeinen die een externe dienst zelf beheert. Op de kale domeinnaam, dus zonder www, kan een CNAME meestal niet.

MX-record #

Een MX-record bepaalt naar welke mailserver e-mail voor een domeinnaam gestuurd wordt.

Dit staat volledig los van waar uw website draait: u kunt uw site verhuizen zonder uw mail aan te raken, zolang u dit record met rust laat.

TXT-record #

Een TXT-record bevat vrije tekst in de DNS-zone en wordt in de praktijk gebruikt voor SPF, DKIM, DMARC en domeinverificatie.

TTL #

De TTL (time to live) is de tijd die de rest van het internet een DNS-antwoord mag onthouden voor het opnieuw navraag doet.

Verlaag de TTL enkele dagen vóór een geplande verhuizing: de omschakeling gaat dan in minuten in plaats van uren.

Propagatie #

Propagatie is de periode waarin een DNS-wijziging zich over het internet verspreidt en nog niet overal hetzelfde antwoord geeft.

Reken op enkele uren tot 48 uur, afhankelijk van de TTL die op uw records stond en van de provider van uw bezoeker.

Transfercode (EPP) #

Een transfercode, ook EPP- of auth-code genoemd, is het wachtwoord waarmee u bewijst dat u een domeinnaam naar een andere registrar mag verhuizen.

Meer over dit onderwerp →

Whois #

Whois is de publieke opzoeking waarmee u kunt zien of een domeinnaam bezet is, bij welke registrar hij staat en wanneer hij vervalt.

Websitetechniek

Webruimte #

Webruimte is de schijfruimte van uw hostingpakket, waarin uw bestanden, afbeeldingen, databases en mailboxen samen passen.

Wat een pakket doorgaans doet vollopen, zijn niet de sitebestanden maar oude back-ups, logbestanden en mailboxen met jaren aan bijlagen.

Database #

Een database bewaart de inhoud van uw website — pagina's, producten, gebruikers — apart van de bestanden van uw site.

Elk gangbaar CMS heeft er minstens één nodig. Bij een verhuizing moet u dus zowel de bestanden als de database meenemen.

PHP #

PHP is de programmeertaal waarin de meeste websites en CMS'en draaien; de versie ervan bepaalt mee hoe snel en hoe veilig uw site is.

Een te oude PHP-versie krijgt geen beveiligingsupdates meer. Kies de hoogste versie die uw CMS en uw uitbreidingen ondersteunen.

Meer over dit onderwerp →

Cache #

Een cache bewaart het resultaat van werk dat al gedaan is, zodat een volgende bezoeker het niet opnieuw hoeft te laten berekenen.

Caching maakt een site sneller, maar maakt ook dat u een wijziging soms niet meteen ziet. Leeg de cache voor u concludeert dat er iets stuk is.

FTP en SFTP #

FTP en SFTP zijn protocollen om bestanden naar uw webruimte te kopiëren; de S-variant doet dat versleuteld.

Gebruik SFTP waar het kan: bij gewone FTP gaan uw gebruikersnaam en wachtwoord leesbaar over de lijn.

Cron #

Een cronjob is een taak die de server op vaste tijdstippen automatisch uitvoert, zonder dat er iemand een pagina hoeft te openen.

CMS'en gebruiken cron voor zoekindexering, opschoning en updatemeldingen. Valt de cron stil, dan verslechtert een site geleidelijk zonder duidelijke fout.

Beveiliging & continuïteit

SSL/TLS #

Een SSL/TLS-certificaat versleutelt het verkeer tussen de bezoeker en uw server, waardoor uw site via https bereikbaar wordt.

Zonder certificaat markeren browsers uw pagina's als onveilig. TLS is technisch de opvolger van SSL; in de praktijk wordt de oude naam nog gebruikt.

Meer over dit onderwerp →

Gemengde inhoud #

Gemengde inhoud is een pagina die zelf via https laadt maar nog onderdelen via http ophaalt, waardoor de browser alsnog waarschuwt.

Dit is de vaakste oorzaak van een "niet veilig"-melding ondanks een geldig certificaat. Het zit meestal in een hardgecodeerde link in een thema.

DDoS #

Een DDoS-aanval overspoelt een server met verkeer uit veel bronnen tegelijk, tot echte bezoekers er niet meer doorheen raken.

Meer over dit onderwerp →

Back-up #

Een back-up is een kopie van uw bestanden en database op een ander moment, zodat u kunt terugkeren naar hoe uw site toen was.

Een back-up die nooit teruggezet is, is een aanname en geen zekerheid. Test er één keer één, zeker bij een site waar uw bedrijf van afhangt.

Meer over dit onderwerp →

Herstel (restore) #

Een herstel zet een eerdere back-up terug; daarbij gaat alles verloren wat na dat moment is toegevoegd.

Het belangrijkste gegeven bij een herstelaanvraag is niet wat er misging, maar wanneer het nog wél werkte.

E-mail bij uw hosting

Mailbox #

Een mailbox is een postvak met een eigen adres en wachtwoord waarin e-mail voor dat adres bewaard wordt.

Meer over dit onderwerp →

Alias #

Een alias is een e-mailadres zonder eigen postvak: berichten eraan komen binnen in een bestaande mailbox.

Handig voor functieadressen als info@ of facturatie@. Vanaf een alias versturen kan niet — daarvoor hebt u een echte mailbox nodig.

Meer over dit onderwerp →

IMAP #

Met IMAP blijft uw e-mail op de server staan en ziet uw postvak er op al uw toestellen hetzelfde uit.

POP3 #

Met POP3 haalt uw toestel de e-mail van de server op en verwijdert ze daar meestal, waarna ze op andere toestellen niet meer verschijnt.

Mail die lokaal opgehaald is, staat niet meer op de server en zit dus ook niet meer in een latere back-up.

SMTP #

SMTP is het protocol waarmee e-mail verstuurd wordt, in tegenstelling tot IMAP en POP3 die mail ophalen.

Voor nieuwsbrieven of automatische mail uit een webshop gebruikt u beter een SMTP relay dan de mailfunctie van uw webhosting.

Verder lezen

Kent u de begrippen en wilt u weten wat ze samen betekenen, dan zijn dit de logische volgende stappen.

Wat is webhosting? Naar de kennisbank Wat kost hosting?
Trust Guard Security Scanned
Bel nu
Verstuur e-mail